Pasen en Pinksteren
Jezus is opgestaan uit de doden én LEEFT! Dat is wat we gedenken en vieren met Pasen. Dé absolute hoogtijdag van de Kerk van Christus. De dag die ten grondslag ligt aan iedere zondag en die als het goed is ook de verkondiging van iédere zondag kleurt. Het heilsfeit van Pasen is (zo mogelijk) nog méér om lief te hebben, dan de andere heilsfeiten. Want Pasen is ‘de eersteling der dagen, morgen der verrijzenis’ en als zodanig voorsmaak van de toekomst waar God mens en wereld voor bestemd heeft.
Pasen is het feest van het licht en van het leven. De duisternis van Goede Vrijdag, van dood en graf, komt te staan in het licht van Pasen, waarin de dood verslonden is tot overwinning en de duisternis heeft plaats moeten maken voor het licht. Met Pasen mag iedere gelovige zich koesteren in de Zon der gerechtigheid: Jezus is over ons en de wereld opgegaan. “Want wat zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, want Hij is opgestaan!” Hij is hét opgerichte teken van niet tevergeefse hoop. Hij heeft de oude wereld en ons oude, zondige leven teniet gedaan, verzoend en de eeuwige nieuwe toekomst geopend. Dat is de boodschap van Pasen. Hij leeft!
Maar niet alléén dat. Hij leeft én Hij doet ook leven! Jezus is niet opgewekt en opgestaan om het daarbij te laten. Hij laat Zich niet onbetuigd in de geschiedenis van het mensengeslacht. Hij heeft Zijn leven gegeven, om het nieuwe leven te geven – uit te delen. Jesaja heeft daar al van geprofeteerd: “Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien (…) Om de moeitevolle inspanning van Zijn ziel zal Hij het zien (…) en velen rechtvaardig maken (…) Ik zal Hem véél toedelen (…) omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood.” (Jes. 53: 10-12)
De vervulling van deze woorden is nog altijd gaande. Sinds Pinksteren, de uitstorting van Gods Geest, is de grote ‘uitdeling’ begonnen. De Heilige Geest werd uitgestort op de apostelen en op die bij hen waren. En hoewel zij ook al vóór Goede Vrijdag en Pasen door Jezus waren uitgezonden om het Evangelie te verkondigen, is het toch vooral vanaf Pinksteren dat gebrekkige en van zichzelf onbekwame mensen, vervuld met Gods Geest, gebruikt worden om het Evangelie van Goede Vrijdag en Pasen bekend te maken. Dat is niet alléén iets voor apostelen of dominees of zendingswerkers of ambtsdragers. Néé, God maakt gebruik van ieder die in Jezus het leven heeft gevonden! Van ieder die door Hem en met Hem leeft. Van ieder die is ingewonnen door het Evangelie van Goede Vrijdag en Pasen en vervuld met de Geest van Pinksteren. Zij allen zijn bondgenoten van Christus geworden; onderdanen van Zijn Koninkrijk en getuigen van het Licht der wereld in deze wereld.
Bent u, ben jij ook al zo’n bondgenoot en onderdaan van Christus? Leeft het wonder van Pasen en Pinksteren ook in uw/jouw hart? Zeg je het met Petrus mee: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden” (1 Petrus 1:3)? Dat is waar het om gaat! Pas dán heeft je leven werkelijk zin en is je leven tot het doel gekomen waarvoor God je geboren deed worden. Geboren om opnieuw geboren te worden, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
Dán is Pasen niet alléén dat ‘Jezus weer levend werd’, maar dan is met Pasen ook ons ‘nieuwe leven’ begonnen. Zoals dat lied het zingt: “Jezus leeft en ik met Hem!”
Dán is Pasen niet alléén het heilsfeit waarbij voor Jezus de dood niet het laatste woord had, maar dan geldt ook voor ons heel persoonlijk dat het leven het gewonnen heeft van de dood. Dan mogen we weten dat we met Christus gestorven Zijn in Zijn dood en met Christus zijn opgewekt in Zijn opstanding.
Dán mogen we gelovig weten dat de Heilige Geest ook ons vastgelopen bestaan heeft vlot getrokken en onze dode ziel opnieuw heeft bezield, levend gemaakt met de liefde van Christus.
En dán mogen we op goede gronden en met blij verlangen uitzien naar Zijn toekomst. Naar de toekomst die van Hem is en waarin wij mogen delen. Een toekomst waarin ook héél de schepping zal delen. Want Paulus zegt “dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God” (Rom. 8:21). De Geest van Pinksteren wil het ook in ons leven werkelijk Pasen maken!
Ds. G. van den Berg