Nooit te oud voor een nieuw begin


’Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot gesproken had…’
(Genesis 12 vers 4a)

Geloof je in een nieuw jaar? Een nieuwe start is alleen mogelijk, als we eerst goed luisteren naar de stem van God. Net als Abram. Eerst hoort hij Gods stem en dan trekt hij eropuit. Hij is al 75 jaar oud, als hij door God geroepen wordt alles op te geven. En het alleen te wagen met de beloften van God. Is hij niet te oud voor een nieuw begin?

Abram niet. Want Abram gelooft in een God die nieuwe dingen schept. Voor Abram is dat iets heel nieuws. Want het is de eerste keer dat hij Gods stem hoort. Maar blijkbaar heeft hij meteen begrepen: nu gaat het om alles of niets. En zó trekt hij weg. Met als enige reisdocument Gods belofte: Ik zal je zegenen, Ik zal je aanzien geven en jij zult tot zegen zijn. Meer heeft Abram niet nodig.

Wij ook niet, op de drempel van dit nieuwe jaar. Laten wij op weg gaan op de manier van Abram. Door op de eerste dag van het nieuwe jaar, op de eerste zondag van het nieuwe jaar, op iedere eerste dag van de nieuwe week, door iedere morgen aan het begin van de nieuwe dag, eerst goed te luisteren naar God. Daarna pas verder gaan. Daarna pas er weer echt tegenaan gaan. Vol vertrouwen: God heeft in Jezus Christus een nieuw begin gemaakt. Wie zich door Hem laat roepen, jong of oud, vindt een nieuw begin, dat instaat voor een echt nieuwe, andere tijd: gaan in het spoor van God!

Overigens kunnen we uit het vervolg wel direct leren dat ook een nieuw begin, een vervolg kent van vallen en opstaan. Van leren en afleren. Abram is nog maar net op weg met God, en hij is nog maar kort in het beloofde land, of het zit hem direct al niet mee. Een zware hongersnood breekt uit. De droogte drijft hem met zijn schapen richting Egypte. Maar als hij Egypte binnentrekt, is hij ineens bang voor zijn hachje. Daarom dwingt Abram zijn vrouw tot een leugen. Dat legt hem geen windeieren. Ineens is Abraham een rijk man, al is hij zijn vrouw kwijt. En vreemd, we horen niet eens dat hij zich daar erg ongelukkig bij voelt. Valt ons dat tegen van Abram?
 
Absoluut! Al kunnen we begrijpen dat hij bang is. Dan doe je snel iets doms. Zo’n eerste werkdag of zo’n eerste schooldag kan het ons ook lelijk tegenzitten. Voordat je er erg in hebt, zeg je iets of doe je iets wat meteen haaks staat op het nieuwe spoor dat God in zijn genade ons wijst. 

En als Hij niet zou ingrijpen, holden wij gewoon door. Maar God laat het er niet bij zitten! Abram moet terug naar af. Het wordt een geweldige afgang. Maar zo komt hij wel terug in het goed spoor. 

Abram zelf zegt niets. Hij zal we stil geworden zijn van schaamte. Dat ’t nu toch zó snel al helemaal fout was gegaan. Ja, dat is om stil van te worden. Maar er is nog reden om stil te zijn. Een stilte van verwondering! Van verwondering over God. Want wat is deze God toch trouw en genadig! Dank U, trouwe God, dat U het er niet bij laat zitten.   
Ds. P.L. de Jong,
                                                                                                Rotterdam

Deze meditatie is geplaatst met toestemming van ds. De Jong