Ik ben tevreden

Tekst: Psalm 23 : 1b

“De HEERE is mijn Herder, Mij ontbreekt niets.”

Thema: Ik ben tevreden
.

Tevreden mensen, gelukkige mensen. Kom je ze wel eens tegen? Ze zijn er, gelukkig wel. Maar wie regelmatig met andere mensen omgaat, en wie doet dat niet, heeft allang gemerkt dat er heel wat mensen ontevreden zijn en niet echt gelukkig en opgejaagd. Ze komen van alles tekort en ze zijn en ze worden tekort gedaan. Uit belangstelling naar uw en jouw leven wil ik u de vraag persoonlijk stellen: Bent u, ben jij tevreden? Kan u instemmen met het thema van deze meditatie “ik ben tevreden”? Horen mensen in uw omgeving u dat ook uitspreken? Juist in een omgeving waar zoveel nadruk ligt op meer, beter en groter. Ik weet het, er zijn heel wat lezers die zullen zeggen dat ze weinig te klagen hebben en dat er veel is om dankbaar voor te zijn. Maar tevreden, echt, diep van binnen, tevreden? Ben ik dat? Daar wil ik bij stil staan. Hoe kan ik tevreden zijn? Is daar iets aan te doen? Is dat afhankelijk van mijn omstandigheden? Is het een kwestie van minder pech en meer meevallers hebben in het leven? Is het een kwestie van ons karakter? De een is met weinig tevreden en de ander heeft aan veel niet genoeg? Hoe kan ik tevreden leven?

Mij ontbreekt niets. Ik ben helemaal tevreden. Dat zijn de woorden van de tekst, een belijdenis van David uit de bekende Psalm 23. Als David dit uitspreekt en uitzingt dan is het belangrijk om te letten op de hele Psalm. We ontdekken dan het nodige over het geheim van een tevreden leven. De Heere geeft ons zo onderwijs voor een leven met vrede.
Hoe stel je je een tevreden mens voor? Een eerste gedachte kan zijn dat het iemand is met een goede gezondheid, met familie en vrienden om hem heen, en een aardig huis met mooie spullen. Iemand die alles heeft wat ons hart kan verlangen. Is David zo tevreden? Een man die alles voor elkaar heeft en daarom kan zeggen “mij ontbreekt niets?” De Psalm gaat een andere kant op. David zegt weinig in deze Psalm over zijn omstandigheden. “Mij ontbreekt niets” volgt in de Psalm op de belijdenis “de HEERE is mijn Herder”. Het tevreden zijn van David is de keerzijde en de uitwerking van de belijdenis dat de Heere zijn Herder is. Hoe tevreden en waarmee hij tevreden is werkt hij uit in het vervolg van de Psalm. Twee beelden gebruikt hij daarbij. Het eerste beeld is die van de herder en zijn zorg voor zijn schapen. We lezen van de trouwe zorg, de verzorging en leiding van de herder. Helemaal veilig en verzorgd bij de herder. Het tweede beeld is die van de gastheer. We lezen van het welkom bij en het genieten van de overvloed van de gastheer, een feestmaal. Aan niets te kort. Aan het einde van de Psalm spreekt David van het blijven in het huis van de HEERE.  We krijgen de indruk dat David juist in Gods huis, de plaats van Zijn spreken en openbaren, zijn God ontmoet.

Dit is wel duidelijk. Als David hier belijdt en zingt dat hem aan niets ontbreekt dan is dat het gevolg van het kennen en leven met de Heere.
De HEERE is mijn Herder. Deze belijdenis krijgt vanuit het Nieuwe Testament meer diepte en kracht. In het Nieuwe Testament komt de Goede Herder naar ons toe in de persoon van de Heere Jezus. Hij is gekomen om verloren schapen op te zoeken, ze te dragen op Zijn schouders en ze thuis te brengen. Deze Goede Herder heeft Zijn leven ingezet voor Zijn schapen. En Hij is zo sterk, dat niemand ze uit Zijn handen kan rukken. De Goede Herder doet ons verstaan dat de Heere zo goed is voor zondige mensen. Die Goede Herder roept u  bij uw naam. Hoor je Zijn stem? Luister je naar Zijn stem?

Hoe kan ik tevreden leven? We kunnen het zoeken in ons werken, om alles bij elkaar te brengen wat we zo graag wensen. Veel bezitten is geen garantie voor tevredenheid. We kunnen het zoeken in het relativeren. Zoveel mensen om ons heen hebben het minder op allerlei gebied. Wat hebben we ontvangen wat ons voorgeslacht heeft gemist. Tel je zegeningen, want het zijn er meer dan je denkt. We voelen het aan, daar ligt de bron voor onze innerlijke rust niet. Dat kan ook niet. We vinden houvast alleen in dat wat blijft. Bij alles wat er verandert in ons leven en wat onzeker is, vinden we die vaste grond alleen in de Herder, waar David van zingt. Tevreden zijn. Dat ligt dicht bij de enige troost van Zondag 1. Mijzelf het eigendom weten van die Goede Herder,  die mij gekocht en betaald heeft met Zijn bloed. Hij waakt voor mijn ziel. Hij zal mij geleiden. Daar kan niets en niemand meer tussen komen. Hij is mijn Herder, en door genade ik Zijn schaap. Meer hoef ik niet te wensen.

Tevreden zijn, het aan niets gebrek hebben. Hoe zat dat bij David? Ging toen alles op rolletjes in zijn leven? Had hij alles wat een mens maar kan wensen? Nee, zo rooskleurig was zijn leven toch niet. In deze Psalm lezen we ook van het dal van de schaduwen van de dood en van zijn tegenstanders. Er was gevaar en onzekerheid in zijn leven. En dan toch die rust, dat vertrouwen, die vreugde. Met mijn Herder, tevreden. Mij ontbreekt niets, zelfs geen dankbaarheid. Mij ontbreekt niets. Het is genade om dat mee te kunnen zingen als er rust en voorspoed is in ons leven. Het is een dubbele genade als we dwars door zorg, pijn en beperking heen dit mee  kunnen zingen en ervaren: de nabijheid van de Herder en Zijn zorg.

David is een tevreden man. Mij ontbreekt niets. Omdat de Herder er bij is.
Dan komen alle andere dingen van het leven op de tweede plek. Ook de onzekerheid van de toekomst. David mag weten dat hem ook niets zal gaan ontbreken. Gods goedheid en goedertierenheid zullen hem alle dagen volgen. Het uitzicht, eenmaal ongestoord bij de Herder te zijn. Dan volmaakt: Mij ontbreekt niets.
Ds. J.M. Viergever