God heeft u lief
God heeft u lief – God heeft jou lief – God heeft ons lief!
Op een woonboerderij in Wedde staat op de gevel aangegeven:
‘Zoals een bloem de zon nodig heeft om bloem te worden,
Zo heeft een mens liefde nodig om mens te worden.’
In de kern is dat mooi en ook waar! Maar liefde staat niet op zichzelf en houdt zichzelf ook niet in stand. Zij moet wel gevoed worden. En daartoe moet zij aansluiting vinden op haar Bron: de Heere God.
‘God is Liefde,’ legt Johannes ons uit. En ‘wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.’
Johannes benadrukt ook dat God de wereld zó liefheeft dat Hij Zijn Eniggeboren zoon ervoor over heeft gehad om haar te redden..., mits men in Hem zou geloven. (Joh.3:16 & 1 Joh.4:9)
God is liefde!
Hij kán niet anders dan Zijn Schepping liefhebben. Daarom verafschuwt Hij ook het kwade en de oorzaak daarvan: de zonde! Uit liefde zond Hij daarom Zijn Zoon, Zijn Enige! In Hem is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn Eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden léven door Hem!
De mens kan immers niet zonder (Gods) liefde om méns te worden!
Zoals de Heere God hem of haar bedoeld heeft te zijn.
Johannes kón dit alles zo oprecht schrijven, omdat hij die liefde van Jezus ook zelf van nabij zo ervaren heeft in zijn leven met Hem. Ondertussen is Johannes op leeftijd. Men neemt aan dat hij zijn Evangelie en brieven rond 95 na Christus heeft geschreven.
Johannes schrijft aan al die mensen en gemeenten, die zich in Christus met hem verbonden weten en die Johannes door middel van zijn Evangelie en brieven wil onderwijzen in de leer van de Heere Jezus.
Er waren christenen uit de Joden en christenen uit de Grieken, c.q. heidenen.
De Joden zagen meer de menselijke kant van Jezus, terwijl de Griekse christenen meer Zijn goddelijke natuur benadrukten. Bij de eersten ging het meer om liefde in relatie met het houden van de wet van Mozes en daardoor afhankelijkheid van hoe goed een mens die hield in relatie tot God en de naaste. Wel met het risico van een wettische houding, die gemakkelijk naar de naaste toe juist liefdeloos kon worden. “Want wie zijn broeder, die hij kan zien, niet liefheeft, hoe kan hij (dan) God liefhebben, die hij niet gezien heeft...?” (20). “Nee,” zegt Johannes, “wie God liefheeft (vanuit het houden van Zijn wet), moet ook zijn broeder liefhebben.” (20-21). Bij de Griekse christenen werd het geestelijke boven het lichamelijke gesteld.
Het gevolg: Jezus’ mens-zijn sneeuwde onder.
De ziel, daar gaat het (alleen) om, met als gevolg dat de dagelijkse levenspraktijk er niet zo toe doet. In beide benaderingen kent men Gods liefde niet, zoals God het bedoelt. En dan begrijpen we beter wat Johannes bedoelt met ‘wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde!’ (8)
God is liefde!
Johannes lag aan tafel bij het eten van de maaltijd aan de borst van Jezus.
Want Jézus had hem lief.
Het gaat in de eerste plaats om de onbeperkte liefde van Jezus voor hem.
Daar denkt Johannes steeds weer aan terug. En zijn liefste wens is, blijkens zijn brief, dat de lezers, dat wij ook ons hoofd in Zijn schoot mogen leggen en die liefde van God zullen mogen ervaren en… uitdelen aan onze naaste(n).
Dan leef je pas echt zoals God ons bedoelde. In de liefde van de Heere Jezus.
Daar word je een mens van zoals God het bedoelde.
En zo kan de liefde van God, zo kan de liefde die God IS, ook door Zijn genade door ons heen stromen naar de ander.
Cruciaal voor het christenleven!
De liefde van God in ons leven, daar draait het ten diepste om.
Dat dat tot uitdrukking komt in een liefdevol leven – een leven VOL LIEFDE!
‘Zoals een bloem de zon nodig heeft om bloem te worden,
Zo heeft een mens liefde nodig om mens te worden.’
Lezen: 1 Johannes 4 vers 16-21
Gedicht en lied ‘Als ik maar weet...’
Als ik maar weet, dat hier mijn weg
Door U, Heer, wordt bereid
En dat die weg, hoe moeilijk ook
Mij nader tot U leidt
Refrein
Nader tot U, nader tot U
Nader mijn Heiland tot U
Als ik maar weet, dat alles hier
Mij nader brengt tot U
Als ik maar weet, Uw liefde o Heer
Vertroost mij dag aan dag
Dan juich ik voort, wat ook mijn lot
Op aarde wezen mag
Nader tot U, nader tot U
Nader mijn Heiland tot U
Als ik maar weet, dat alles hier
Mij nader brengt tot U
Als ik maar weet, ook als op aard
Mij droefheid wacht of kruis
Dat ieder kruis mij nader brengt
Bij 't eeuwig Vaderhuis
Nader tot U, nader tot U
Nader mijn Heiland tot U
Als ik maar weet, dat alles hier
Mij nader brengt tot U
Evangelische Liedbundel 178
ds. G.J. v.d. Top, Wedde