Geen ander evangelie
Christus is genoeg
„Terwijl er geen ander Evangelie is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:7
Er is iets merkwaardigs aan de hand in de brief van Paulus aan de Galaten. Er zijn mensen gekomen die een ander evangelie verkondigen. Tenminste… zo lijkt het. Want onmiddellijk nadat Paulus dat heeft geschreven, zegt hij er achteraan: „terwijl er geen ander is.” Een ander Evangelie? Dat bestaat helemaal niet! Er is er maar Eén. Blijkbaar kun je iets „evangelie” noemen wat helemaal geen Evangelie is. Je kunt over God spreken. Over geloven. Over Jezus. Misschien zelfs over genade. En ondertussen het Evangelie kwijtraken.
Dat gebeurde in Galatië. Er waren mensen gekomen die de jonge christenen vertelden dat geloven in Jezus prachtig was, maar dat er méér nodig was. Alléén Christus? Dat was niet genoeg. Er moest iets bij. Als Paulus dat verneemt, wordt hij ongekend fel. Niet omdat hij een theologische discussie wil winnen, maar omdat hier iets uiterst fundamenteels in het geding is: de vrijheid van mensen. Want zodra er aan Christus iets – al is het maar een nagelschrapsel – moet worden toegevoegd, komt de mens opnieuw bij zichzelf terecht. Dan moet je je afvragen: Leef ik goed genoeg? Geloof ik goed genoeg?
Niet zo vreemd dat Maarten Luther zich zo aangesproken wist door de Galatenbrief. Precies dit speelde immers ook in zijn tijd. Maar het aangrijpende is: waarover het hier gaat, is anno 2026 opnieuw uiterst actueel. Wij leven in een wereld waarin het verschrikkelijk belangrijk is om „goed genoeg” te zijn. Je moet presteren. Je moet jezelf ontwikkelen. Je moet succesvol zijn. Je moet gelukkig zijn. Je moet een goede ouder en een goede werknemer zijn. En als het even kan, moet je dat allemaal ook nog overtuigend uitstralen. Wie door de sociale media scrolt, krijgt zomaar de indruk dat anderen mooier wonen, leukere vakanties hebben en gelukkiger leven. We moeten zoveel. En ongemerkt nemen we die manier van denken mee naar de kerk. Bid ik wel genoeg? Lees ik wel genoeg in de Bijbel? Heb ik voldoende berouw? Is mijn geloof wel echt? Ben ik wel genoeg veranderd? En voordat we het weten, staat er ook bij ons achter het woord „Jezus” opnieuw dat kleine woordje „en”: Jezus én mijn geloof. Jezus én mijn bekering. Jezus én mijn gehoorzaamheid. Jezus én mijn nette leven.
Precies daar trekt Paulus aan de noodrem: er is géén ander Evangelie! Niet omdat geloof, bekering en gehoorzaamheid onbelangrijk zijn. Wie door Christus wordt gered, wordt ook door Hem vernieuwd. Genade laat een mens niet onveranderd. Maar dat alles is nooit de grond van ons behoud. Die grond ligt geheel buiten mij. In Christus. Dát was de ontdekking die eeuwen later Luthers leven op zijn kop zette. Hij bad, vastte, biechtte en probeerde zo nauwgezet mogelijk te leven. Maar de vraag bleef: wanneer is het genoeg? Hoe krijg ik ooit een genadig God? Juist daarom ging de Galatenbrief zoveel voor hem betekenen. Daar hoorde hij telkens weer het bevrijdende Evangelie: Mens, houd toch op met proberen jezelf te redden. Dat is niet alleen onbegonnen werk, het is ook overbodig werk. Christus heeft het gedaan. Christus is genoeg. Dat is het hart van de Reformatie.
We denken bij Hervormingsdag aan 31 oktober 1517, Wittenberg, de 95 stellingen en de aflaten. Maar daaronder lag een veel diepere vraag: Is Christus genoeg? Dat is ook een vraag voor 2026. Want nog altijd dreigt dat ene kleine woordje „en” het Evangelie te vertroebelen. Maar het Evangelie zegt niet: doe nóg iets. Het zegt: zie op Christus, Die op Golgotha niet zei: „Ik heb Mijn deel gedaan, nu moet jij de rest doen”, maar Die zei: „Het is volbracht.”
Kom daarom met lege handen. Want lege handen wil God vullen. Geloven is: met lege handen Christus ontvangen. Misschien is het dát wat wij in deze oktobermaand opnieuw moeten leren. Want reformatie betekent niet alleen dankbaar terugkijken naar wat God vijf eeuwen geleden heeft gedaan. Hervorming hebben we ook vandaag nodig. In ons eigen hart. Want telkens weer willen ook wij iets meebrengen: onze prestaties, onze vroomheid, onze ernst, ons nette leven. Maar Paulus haalt er een dikke streep door. Er is geen ander Evangelie. Er is maar één: het Evangelie van Jezus Christus. Voor mensen die het niet verdienen. Voor mensen die niets hebben om zich op te beroemen. Genade. Helemaal genade. Daarom blijft uiteindelijk niet de vraag over: Ben ík goed genoeg? Maar: Is Christus genoeg? En het Evangelie geeft daarop een antwoord dat al tweeduizend jaar onveranderd klinkt: Ja! Christus is genoeg. Voor Paulus. Voor de Galaten. Voor Luther. En gelukkig ook voor ons.
Ds. G. van den Berg
Geen ander evangelie
Christus is genoeg
„Terwijl er geen ander Evangelie is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:7
Er is iets merkwaardigs aan de hand in de brief van Paulus aan de Galaten. Er zijn mensen gekomen die een ander evangelie verkondigen. Tenminste… zo lijkt het. Want onmiddellijk nadat Paulus dat heeft geschreven, zegt hij er achteraan: „terwijl er geen ander is.” Een ander Evangelie? Dat bestaat helemaal niet! Er is er maar Eén. Blijkbaar kun je iets „evangelie” noemen wat helemaal geen Evangelie is. Je kunt over God spreken. Over geloven. Over Jezus. Misschien zelfs over genade. En ondertussen het Evangelie kwijtraken.
Dat gebeurde in Galatië. Er waren mensen gekomen die de jonge christenen vertelden dat geloven in Jezus prachtig was, maar dat er méér nodig was. Alléén Christus? Dat was niet genoeg. Er moest iets bij. Als Paulus dat verneemt, wordt hij ongekend fel. Niet omdat hij een theologische discussie wil winnen, maar omdat hier iets uiterst fundamenteels in het geding is: de vrijheid van mensen. Want zodra er aan Christus iets – al is het maar een nagelschrapsel – moet worden toegevoegd, komt de mens opnieuw bij zichzelf terecht. Dan moet je je afvragen: Leef ik goed genoeg? Geloof ik goed genoeg?
Niet zo vreemd dat Maarten Luther zich zo aangesproken wist door de Galatenbrief. Precies dit speelde immers ook in zijn tijd. Maar het aangrijpende is: waarover het hier gaat, is anno 2026 opnieuw uiterst actueel. Wij leven in een wereld waarin het verschrikkelijk belangrijk is om „goed genoeg” te zijn. Je moet presteren. Je moet jezelf ontwikkelen. Je moet succesvol zijn. Je moet gelukkig zijn. Je moet een goede ouder en een goede werknemer zijn. En als het even kan, moet je dat allemaal ook nog overtuigend uitstralen. Wie door de sociale media scrolt, krijgt zomaar de indruk dat anderen mooier wonen, leukere vakanties hebben en gelukkiger leven. We moeten zoveel. En ongemerkt nemen we die manier van denken mee naar de kerk. Bid ik wel genoeg? Lees ik wel genoeg in de Bijbel? Heb ik voldoende berouw? Is mijn geloof wel echt? Ben ik wel genoeg veranderd? En voordat we het weten, staat er ook bij ons achter het woord „Jezus” opnieuw dat kleine woordje „en”: Jezus én mijn geloof. Jezus én mijn bekering. Jezus én mijn gehoorzaamheid. Jezus én mijn nette leven.
Precies daar trekt Paulus aan de noodrem: er is géén ander Evangelie! Niet omdat geloof, bekering en gehoorzaamheid onbelangrijk zijn. Wie door Christus wordt gered, wordt ook door Hem vernieuwd. Genade laat een mens niet onveranderd. Maar dat alles is nooit de grond van ons behoud. Die grond ligt geheel buiten mij. In Christus. Dát was de ontdekking die eeuwen later Luthers leven op zijn kop zette. Hij bad, vastte, biechtte en probeerde zo nauwgezet mogelijk te leven. Maar de vraag bleef: wanneer is het genoeg? Hoe krijg ik ooit een genadig God? Juist daarom ging de Galatenbrief zoveel voor hem betekenen. Daar hoorde hij telkens weer het bevrijdende Evangelie: Mens, houd toch op met proberen jezelf te redden. Dat is niet alleen onbegonnen werk, het is ook overbodig werk. Christus heeft het gedaan. Christus is genoeg. Dat is het hart van de Reformatie.
We denken bij Hervormingsdag aan 31 oktober 1517, Wittenberg, de 95 stellingen en de aflaten. Maar daaronder lag een veel diepere vraag: Is Christus genoeg? Dat is ook een vraag voor 2026. Want nog altijd dreigt dat ene kleine woordje „en” het Evangelie te vertroebelen. Maar het Evangelie zegt niet: doe nóg iets. Het zegt: zie op Christus, Die op Golgotha niet zei: „Ik heb Mijn deel gedaan, nu moet jij de rest doen”, maar Die zei: „Het is volbracht.”
Kom daarom met lege handen. Want lege handen wil God vullen. Geloven is: met lege handen Christus ontvangen. Misschien is het dát wat wij in deze oktobermaand opnieuw moeten leren. Want reformatie betekent niet alleen dankbaar terugkijken naar wat God vijf eeuwen geleden heeft gedaan. Hervorming hebben we ook vandaag nodig. In ons eigen hart. Want telkens weer willen ook wij iets meebrengen: onze prestaties, onze vroomheid, onze ernst, ons nette leven. Maar Paulus haalt er een dikke streep door. Er is geen ander Evangelie. Er is maar één: het Evangelie van Jezus Christus. Voor mensen die het niet verdienen. Voor mensen die niets hebben om zich op te beroemen. Genade. Helemaal genade. Daarom blijft uiteindelijk niet de vraag over: Ben ík goed genoeg? Maar: Is Christus genoeg? En het Evangelie geeft daarop een antwoord dat al tweeduizend jaar onveranderd klinkt: Ja! Christus is genoeg. Voor Paulus. Voor de Galaten. Voor Luther. En gelukkig ook voor ons.
Ds. G. van den Berg