Deze maand begint de lijdenstijd of veertigdagentijd. Een tijd waarin we stilstaan bij en nadenken over het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus. Een tijd ook waarin we van lieverlee toeleven naar de hoogtijdagen van Goede Vrijdag en Pasen.
Een vraag die gesteld kan worden, en misschien ook wel eens bij u/jou is opgekomen, is deze: Waarvoor moest Gods Zoon nu eigenlijk zó lijden en sterven? Moest dat echt wel zó? Een belangrijke vraag die het hart van evangelie raakt.

Eén van mijn docenten, wijlen prof. dr. G. de Kruijf, zei eens: “De Mensenzoon moet veel lijden. God gaat de lijdensweg. Van ons hoeft dat niet, maar als je er erg lang bij stil blijft staan, zou je nog kunnen gaan denken dat het wel mooi is ook, een lijdende God. Dat gevaar loop je, vind ik, bij de Mattheüs Passion. Natuurlijk, een ongeëvenaard muzikaal meesterstuk, waarin het lijdensevangelie op indringende en indrukwekkende wijze in zang en muziek wordt vertolkt. Toch dreigt juist daar het gevaar dat we het ‘mooi’ gaan vinden. Dat kan trouwens ook bij andere mooie lijdensliederen: ‘Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart’. Waar we echter niet te snel aan voorbij moeten zien, is de schuld die er aan het lijdensevangelie kleeft. We moeten niet te snel het lijden van Jezus ‘verheerlijken’. Ook bij Hem betreft het ruw, onedel leed; leed dat mensen elkaar aandoen, ‘zinloos geweld’, leed dat helemaal niet ‘moet’!”

Voorgaande woorden zetten (mij althans) abrupt stil. Want dreigt ook ons niet het gevaar dat we het ‘lijden en sterven van Jezus’ langzamerhand ‘gewoon’ gaan vinden? Zó is nu eenmaal het Evangelie, waarmee we bekend en vertrouwd zijn geraakt. Dat geloven we en dat belijden we. We vertellen het na en we verkondigen in Woord en sacrament ‘de dood des Heere’ en we zijn geroepen dat te doen ‘totdat Hij komt’ (1 Kor. 11:26).
Maar waarom eigenlijk? Waarom moest Jezus dit nu werkelijk zó meemaken? Iemand zei eens: “Blijkbaar wilde God het slechtste wat mensen voor elkaar in petto hebben Zelf meemaken.” Nu, dat laatste is wonderlijk genoeg nog waar ook. Maar niet slechts om er ‘deelgenoot’ van te zijn. Als het daar bij blijft steken, missen we de reden waarom het werkelijk moest!
‘Voor onze zonden’, zeggen orthodoxe gelovigen direct. Toch hebben veel mensen moeite met dit antwoord. ‘Wilde God dan bloed zien?’, zo vragen zij zich af. ‘Wil Hij de dood van zijn eigen Zoon? Waar was dat voor nodig? God kan toch ook zo wel vergeven?’ Wat zou u/jij voor antwoord geven op deze vragen? We kunnen wel snel zeggen dat ‘Jezus Christus voor onze zonden gestorven is’ en dat ‘verzoening door voldoening het hart van het evangelie is’, maar waarom dan? Is dát dan zo vanzelfsprekend?

Op zoek naar het antwoord, moeten we altijd weer éérst terug naar de Schrift. Staat er in de Bijbel ergens dat het werkelijk zó moest? Ja! Onder andere in Lukas 9:22 lezen we: ,,Hij (Jezus) zei: De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden.” In Mattheüs 16:21 vermeld Mattheüs erbij dat ,,Jezus Zijn discipelen deze dingen begon te laten zien.” Je mag die woorden ‘laten zien’ ook vertalen met ‘inwijden’. Net als wij, hadden ook de discipelen het nodig om ingewijd te worden in ‘het moeten’ van Jezus lijden en sterven. Zij en wij hebben dat onderwijs nodig, om dieper inzicht te ontvangen in de wijze waarop Jezus de Christus, de Messias is.
 
Voor alle duidelijkheid: voor Jezus zelf was het van meet af aan bekend dat Hij lijden en sterven moest. Dat is Hem niet plotseling overkomen. Jezus wist dat Hem dit te wachten stond. Dáárvoor was Hij juist gekomen. Hij is gekomen om te doen wat wij niet konden en kunnen doen. Hij is gekomen om te doen wat Hij Zelf ook héél bewust is aangegaan. Want al vóór de zondeval heeft Jezus deze taak op zich genomen! Het ‘moeten’ heeft dus ook alles te maken ook met Jezus’ ‘willen’. Hij wist wat er moest en Hij wist wat Hij wilde! En Hij weet niet alleen waarom het ‘moet’, maar ook waarvoor Hij het ‘doet’! Want door wat Hij moet en doet, brengt Hij voor ieder die in Hem geloofd ‘vrede’. Vrede met God.

De discipelen (en ook wij) hadden het op grond van het Oude Testament al wel kunnen weten. Zo heeft Jesaja er klip en klaar van geprofeteerd: ,,Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheid verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen” (Jes. 53:5). Maar hoe vaak geldt het van ons mensen niet, dat we de dingen wel lezen maar niet verstaan! Precies om deze reden zegt Jezus op de Paasmorgen tegen de Emmaüsgangers: ,,O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! MOEST de Christus dit niet lijden en zo Zijn heerlijkheid ingaan?”

Maar nog is de vraag niet beantwoord waarom het zó moest. Dat ‘moeten’ heeft alles te maken met ‘de straf’ waarover Jesaja spreekt. Jesaja heeft het over de straf die in direct verband staat met de toorn van God over de zonde. Jezus droeg de straf van Gods toorn over de zonde van de gehele mensheid. Van de gehele mensheid! Daar horen dus ook wij bij! Já, zo persoonlijk moeten we het wel maken. Het Evangelie van Jezus’ lijden en sterven is niet iets om vanaf een afstandje naar te kijken en vervolgens zeggen: ‘Ja, zo is het gegaan’. Néé: Jezus’ lijden en sterven hebben alles te maken met uw/jouw/mijn zondige leven.
De strafmaat over de zonde was door God al vóór de zondeval bepaald: ‘U mag van de boom die in het midden van de hof staat niet eten en hem niet aanraken, anders zo zult u sterven’ (Gen. 3:3). Dus: op straffe van de dood. Maar nu heeft Jezus, om ons van de straf van de eeuwige dood te redden, tegen Zijn Vader gezegd: ‘Vader, wentelt U die straf maar op Mij.’ En dat heeft Vader gedaan! En zó is de straf (die nu, door Jezus, ons de vrede aanbrengt) op Hem. De straf van lijden en sterven Die Hij droeg, is voor ons de weg tot de zaligheid.

Dat is het antwoord! Het betreft een moeten om voor ons te boeten. Je mag ook zeggen: om in plaats van ons te boeten. Dáárom moest het zó! Iemand vatte het eens zó samen: het moest, (1) om ons te verzoenen door Zijn lijden; om (2) ons vrij te spreken door Zijn veroordeling; en (3) om ons te zegenen door Zijn vloekdood.

Wie zich aan dit Evangelie verliest, voor die is dit ‘moeten’ één groot wonder en één grote troost. Die gaat het van harte met Isaäc da Costa meezingen:

In het kruis zal 'k eeuwig roemen!
en geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg de vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven;
'k ben van dood en zonde vrij!
  
Loof, o Sion, prijs Uw Heere!
d' Aarde luister', 't Lam ter ere,
naar uw heilig psalmgebruis!
Loof Hem, Die de hel verplette!
Loof Hem, Die Zijn volk ontzette!
Loof uw Koning aan het kruis!
                     Ds. G. van den Berg