Vragenrubriek10.02.2025
In deze rubriek gaat ds. Van den Berg (in samenspraak met de kerkenraad) in op vragen die door gemeenteleden zijn gesteld naar aanleiding van prediking, de gemeenteavond van jl. november en/of het conceptbeleidsplan 2025-2028. De gestelde vragen worden zonder vermelding van naam van de vraagsteller/-stelster behandeld. Meer hierover kunt u elders in dit kerkblad lezen.
We leven als gelovigen in een complexe tijd. Gods getuigenis (leer) en de dagelijkse levenspraktijk in onze maatschappij komen steeds verder uit elkaar te staan en staan geregeld zelfs haaks op elkaar. Mede hierdoor zien we ons steeds vaker ook gesteld voor complexe vragen. Vragen die we enkele decennia
geleden niet eens hadden kunnen bedenken. Daarom willen we benadrukken dat het vanzelfsprekend altijd mogelijk is om rechtstreeks vragen in te zenden. Zoveel als mogelijk is, willen we in deze rubriek in iedere uitgave van het kerkblad, één, maximaal twee vragen behandelen. Ook op deze manier hopen we een stukje toerusting te kunnen bieden die voor iedereen toegankelijk is.
De vraag waarbij we deze keer stilstaan, luidt: “Wanneer een volwassene ná belijdenis gedoopt wordt, gaat het dan ook om een ‘geloofsdoop’? Met andere woorden: staat dat niet gelijk aan ‘overdoop’, hetgeen ook als een geloofsdoop wordt aangeduid?
Reactie:
In onze gemeente praktiseren wij zowel ‘kinderdoop’ als ‘volwassendoop’ (zie beleidsplan 4.1). De kinderdoop wordt verreweg het meest gepraktiseerd omdat naar goed verstaan van de Schrift naar ons inzien ‘de kinderen van de gemeente behoren gedoopt te zijn’. Maar het gebeurt steeds vaker dat er mensen van buiten de kerk of christenen die om andere redenen niet als kind gedoopt zijn, zich bij de gemeente aansluiten, tot geloof komen en vervolgens in het midden van de gemeente belijdenis van het geloof afleggen. Zij worden dan ná het doen van belijdenis gedoopt. Deze feestelijke gebeurtenis noemen we van oudsher ‘de volwassendoop’. Deze volwassendoop is in feite een ‘geloofsdoop’, omdat –zoals de aanduiding al aangeeft– hier het tot geloof komen en het geloof belijden voorafgaan aan het gedoopt worden.
Hoewel de praktijk van ‘overdopen’ ook gestoeld is op het principe van de ‘geloofsdoop’, geeft de benaming ‘overdoop’ al aan dat er hier iets anders in het geding is. Wanneer iemand wordt ‘overgedoopt’, vindt de doopbediening in het leven van de dopeling niet voor de eerste maal plaats. Hij of zij wordt bij herhaling gedoopt in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. De gedachtegang bij ‘de overdoop’ is dat de eerdere doopbediening (kinderdoop) niet als geldig wordt beschouwd, omdat de gedoopte bij de kinderdoop nog niet bewust tot geloof gekomen kon zijn. Ten diepste worden dus de verbondsbeloften die God van Zijn kant door middel van de doop aan het kind heeft betekend en verzegeld, als ongegrond verklaard.
We concluderen dus dat het eerste deel van de bovenvermelde vraag met een duidelijk ‘ja’ beantwoord kan worden. Zowel in het geval van ‘de volwassendoop’ alsook bij de ‘overdoop’ gaat het om een ‘geloofsdoop’. Wat de vraagsteller vervolgens stelt, dát gaat echter niet op. Je kunt niet zeggen dat iedere ‘geloofsdoop’ een ‘overdoop’ betreft, want in het geval van de volwassendoop zoals die in onze gemeente bediend wordt gaat het niet over een ‘opnieuw gedoopt worden’. Het punt van verschil zit hem in de eenmaligheid of herhaling.